Beginnen met meditatie
Vanuit het spirituele oogpunt is iedere zoeker een beginner. Op het ogenblik dat je constante en onafgebroken vooruitgang wilt maken, word je een eeuwige beginner.
Hoe Begin Ik?
Vanuit spiritueel oogpunt beschouwd is elke zoeker een beginner. Een beginner heeft altijd de innerlijke drang om in iets goddelijks te groeien, om iets te bereiken wat hem verlichting en vervulling geeft. Als je voortdurend en zonder onderbreking vooruit wilt komen, als je jezelf constant wilt overtreffen en het eeuwige transcenderende Onbekende wilt binnengaan, dan word je een eeuwige beginner.
Als je nog helemaal aan het begin staat, kun je het beste beginnen met het lezen van een paar spirituele boeken. Door die boeken word je geïnspireerd. Maar het moeten wel boeken zijn die geschreven zijn door spirituele Meesters die je volledig vertrouwt. Er zijn Meesters die het hoogste bewustzijn hebben bereikt en als je hun boeken leest zal je daar ongetwijfeld door geïnspireerd worden. Maar je moet geen boeken lezen die zijn geschreven door professoren, geleerden of zoekers die zich nog op de weg bevinden en nog niet verlicht zijn. Alleen degenen die de Waarheid gerealiseerd hebben, kunnen de Waarheid doorgeven. Anders is het alsof de lamme de blinde leidt.
Het is ook goed om met mensen om te gaan die al enige tijd mediteren. Zij kunnen je weliswaar niet onderwijzen maar ze kunnen je wel inspireren. Zelfs als je alleen maar naast ze gaat zitten terwijl zij mediteren, dan ontvangt je innerlijke wezen bepaalde meditatieve krachten. Het is niet zo dat je iets steelt; nee, je innerlijke wezen ontvangt alleen maar hulp van hen, zonder dat je je daarvan bewust bent.
In het begin moet je niet eens aan meditatie denken. Kies gewoon een tijdstip waarop je dagelijks probeert rustig en stil te zijn. Probeer te voelen dat die vijf minuten van je innerlijke wezen zijn en van niemand anders. Regelmaat is van overwegend belang. Oefen regelmatig en op een vast tijdstip.
Iedere dag is er maar één les te leren: hoe echt gelukkig te zijn.
Enkele basistechnieken
Voor een beginner is het beter om met concentratie te beginnen. Anders komen er miljoenen gedachtes zodra je je geest rustig en stil probeert te maken; en dan kun je nog niet eens één seconde mediteren. Maar tijdens het concentreren verjaag je de gedachtes die je lastig vallen. In het begin moet je je dus een paar minuten concentreren. Na een paar weken of een paar maanden kun je dan proberen te mediteren.
Als je begint te mediteren, probeer dan altijd te voelen dat je een kind bent. Bij een kind is de geest nog niet ontwikkeld. Pas op twaalf- of dertienjarige leeftijd begint de geest op een intellectueel niveau te functioneren, maar voor die tijd leeft het kind nog helemaal in zijn hart. Hij koestert geen enkele vooroordelen ten aanzien van meditatie en het spirituele leven. Hij wil alles fris van zijn vader en moeder leren.
Als je je net als een kind voelt probeer je dan voor te stellen dat je in een bloementuin staat; en die bloementuin is je hart. Een kind kan urenlang in een tuin spelen. Hij rent van de ene bloem naar de andere, maar hij blijft wel in de tuin omdat de schoonheid en de geur van elke bloem hem blij maken. In jezelf is een tuin en daar kun je zolang blijven als je wilt. Op die manier leer je hoe je in het hart moet mediteren.
Als je in het hart kunt blijven, dan ontdek je na verloop van tijd een innerlijke roep, die we aspiratie noemen. Deze innerlijke roep is het geheim van meditatie. Als een volwassene roept, dan is die roep vaak niet oprecht. Maar als een kind roept, al is het maar voor een snoepje, is die roep wel oprecht. Voor het kind is het snoepje op dat moment de hele wereld. Als je hem honderd gulden geeft zal hij niet tevreden zijn; hij wil alleen het snoepje hebben. Als een kind roept, dan komt zijn vader of moeder hem onmiddellijk helpen. Als je vanuit het binnenste van je hart om vrede, licht en waarheid kunt roepen, en als alleen dat je voldoening kan geven, dan komt God, je eeuwige Vader en eeuwige Moeder, je ongetwijfeld helpen.
Je moet altijd proberen jezelf net zo hulpeloos als een kind te voelen, want dan zal er iemand komen om je te helpen. Als een kind ergens ronddwaalt en begint te roepen omdat hij de weg niet meer weet, dan zal een goedhartig mens hem naar huis brengen. Stel je voor dat je in een zware storm de weg kwijt raakt; dan word je overspoeld door twijfel, angst, zorgen, onzekerheid en andere ongoddelijke krachten. Maar als je oprecht roept, dan zal er iemand komen om je te redden en je de weg naar huis - naar je hart - te wijzen. En wie is diegene? God, je innerlijke Gids.
