De mens en zijn doel
Staatsuniversiteit van New York, 11 december 1968
Het valse doel van de mens is menselijke liefde. Menselijke liefde schiet bedroevend tekort. Het valse doel van de mens is fysieke schoonheid. Fysieke schoonheid is enkel oppervlakkig. Het valse doel van de mens is geld en materiële rijkdom. “Het is eenvoudiger voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijk man om het Koninkrijk der Hemelen te betreden.”
Het ware doel van de mens is Waarheid. Waarheid doet hem ontwaken uit zijn onwetendheidslaap. Het ware doel van de mens is Vrede. Vrede voedt hem, zijn leven innerlijk en uiterlijk. Het ware doel van de mens is Gelukzaligheid. Gelukzaligheid maakt hem onsterfelijk, zijn levensadem.
Zelfrealisatie: dit is wat de mens nodig heeft van God. Liefde: dit is wat God nodig heeft van de mens. Vertrouwen: dit is wat God altijd heeft in de mens. Maar helaas, de mens moet nog altijd vertrouwen in zichzelf en vertrouwen in God ontwikkelen.
De mens zegt zonder aarzeling, “Als ik tijd had zou ik God liefhebben. Als ik tijd had zou ik God aanbidden. Als ik tijd had zou ik zelfs om God roepen.”
Maar arme God heeft tijd. Hij heeft tijd om de onophoudelijke stupiditeit van de mens te vergeven. Hij heeft tijd om het schaamteloze verstand van de mens te zegenen en hem in al zijn ware behoeftes te voorzien. Hij heeft zelfs tijd om te schreien voor de nog altijd ongeboren oprechtheid van de mens.
Probeer God te realiseren. Zowel God als de mens zullen tegen je zeggen, “Geweldig, ga zo door.” Probeer God uit te leggen. De mens zal onmiddellijk zeggen, “Stop. Kleineer God niet zo, martel God niet zo.” God zal uitroepen, “Stop. Om Mijnentwil tenminste, misleid de mensen niet, misleid Mijn kinderen niet.”
Laat ons niet proberen om God uit te leggen. Als we dat doen spreiden we onze onwetendheid tentoon. Laat ons allen aspireren om God te realiseren. Wat we daarvoor nodig hebben is meditatie. Laten we mediteren, mediteren op God.
De mens moet ver lopen, heel ver. Hij moet de kusten van het Gouden Onbekende bereiken. Hij moet langzaam, geleidelijk aan en onfeilbaar lopen. Hij moet voorwaarts lopen, niet achterwaarts. Lincoln nodigt de mens, zijn medereiziger, uit om met hem te zingen: “Ik ben een langzame wandelaar, maar ik wandel nooit achteruit.”
We geloven in evolutie. De mens gaat niet terug naar het dierenrijk. De mens is op weg naar het Koninkrijk der Hemelen, dat eeuwig ademt, groeit en straalt in de dieptes van zijn hart.
Iemand heeft eens gezegd, “Een universiteitsdiploma is vaak het bonnetje dat een jongeman ontvangt voor rekeningen die zijn vader heeft betaald.” Jullie ouders willen dat jullie leren zwemmen in de zee van kennis. Jullie professoren, die bedreven zwemmers in de zee van kennis zijn, leren jullie op succesvolle en glorieuze wijze hoe je moet zwemmen. Ik bewonder jullie ijverige oprechtheid en de enorme capaciteit van jullie professoren mateloos. Maar, helaas, kennis, boekenwijsheid, is niet genoeg. Jullie weten het allemaal. Ik heb niets nieuws of buitengewoons ontdekt. Verre daarvan. Ik herinner jullie alleen maar aan het zielvolle feit dat er nog een andere zee is. Deze zee is de zee van Goddelijk Licht, Vrede, Gelukzaligheid en Kracht. Deze zee geeft je realisatie en bevrijding. Je zult de realisatie hebben van je bewuste en onscheidbare eenheid met God. Je zult bevrijd zijn van je millennialange gebondenheid. Deze zee geeft je oneindige vervulling. En bovendien doet deze zee je op volmaakt overtuigende wijze voelen dat je werkelijk en onmiskenbaar de God van morgen bent.
Wie zegt dat de mens slaapt? Dat is niet zo. De mens werd wakker met zijn wemelende begeerten, maar hij was schaamteloos vroeg. Hij ontdekte dat God niet bereid was en nooit bereid zou zijn om hem te ontvangen.
De mens werd wakker met zijn brandende aspiratie, maar hij was onvergeeflijk laat. Toch was God er gretig naar om hem te ontvangen, hem te omhelzen en hem tenslotte neer te zetten op Zijn eigen transcendentale Troon.
College bij Farmingdale
Farmingdale, New York
11 december 1968
