Spiritualiteit: Wat het is en wat het niet is
Universiteit van de West Indies Kingston, Jamaica, 10 januari 1968
Spiritualiteit is de grenzeloze vrijheid van de mens in zijn levensboot: de vrijheid van zijn levensreis, de vrijheid van zijn levenspijnen en de vrijheid voorbij zijn levenssuccessen.
In spiritualiteit bevindt zich de meest progressieve visie van de mens. In spiritualiteit bevindt zich de meest nabije werkelijkheid van de mens. God heeft Mededogen. De mens heeft aspiratie. Spiritualiteit is het bewustzijnslicht dat de aspiratie van de mens verenigt met het Mededogen van God. Spiritualiteit vertelt de mens dat hij God is in versluierde vorm en dat God de mens is in geopenbaarde vorm.
Spiritualiteit is niet een ontsnapping aan de wereld van realiteit. Spiritualiteit vertelt ons wat de werkelijke realiteit is en hoe we die hier op aarde kunnen ontdekken. Spiritualiteit is niet de ontkenning van het leven, maar de zuiverste acceptatie van het leven. Het leven dient volledig geaccepteerd te worden. Het leven dient zielvol gerealiseerd te worden. Het leven dient totaal getransformeerd te worden. Het leven dient eeuwig geleefd te worden.
Spiritualiteit is niet het lied van onwetendheid. Het is de moeder van concentratie, meditatie en realisatie. Concentratie brengt me op dynamische wijze naar God. Meditatie brengt God in stilte naar mij. Realisatie brengt noch mij naar God, noch God naar mij. Realisatie openbaart mij dat God de blauwe vogel van de Oneindige Werkelijkheid is en dat ik de gouden vleugels van de Goddelijke Waarheid ben.
Spiritualiteit heeft mij het verschil geleerd tussen mijn spreken en mijn zwijgen, tussen mijn geest en mijn hart. Wanneer ik spreek probeer ik te worden. In stilte ben ik. Wanneer ik mijn mond opendoe, sluit God mijn hart. Wanneer ik mijn mond sluit, opent God mijn hart. Mijn geest zegt, “God heeft me nodig.” Mijn hart zegt, “Ik heb God nodig.” Mijn geest wil Gods schepping bezitten, terwijl het haar ontkent. Mijn hart wil Gods schepping omhelzen, terwijl het haar dient. Mijn geest zegt dat het niet weet of het aan God denkt of aan zichzelf. Soms denkt mijn geest dat aangezien het niet aan God denkt, God ook niet aan hem denkt. Mijn hart ziet en voelt dat God aan hem denkt, zelfs wanneer het geen zin heeft om aan God te denken.
Spiritualiteit heeft me in het geheim verteld wat mijn ultieme behoefte is en hoe ik die kan verkrijgen. Wat is mijn ultieme behoefte? Gods Zegen. Hoe kan ik die verkrijgen? Door hem simpelweg te lenen van Gods Bank.
Hoe kan ik mijn schuld afbetalen? Simpel! Door gewoon weer van Gods Bank te lenen. Maar ik moet wijsheid lenen en niets anders. Wijsheid in bezit, schuld geannuleerd. Waarlijk, deze wijsheid is de adem van spiritualiteit.
Ik ben Gods experiment. Hij heeft me mijn naam gegeven: wetenschap. Ik ben Gods ervaring. Hij heeft me mijn naam gegeven: spiritualiteit. Ik ben Gods realisatie. Hij heeft me mijn naam gegeven: eenheid – eenheid van binnen, eenheid van buiten.
God is mijn Werkelijkheid.
Hemel is mijn Onsterfelijkheid.
Aarde is mijn Goddelijkheid.
Op aarde groei ik.
Met de Hemel word ik.
In God ben ik.
Kingston, Jamaica
10 januari 1968
